Beknopte geschiedenis van de hereniging van GKv en NGK

image_pdfimage_print

Vijftig jaar geleden ontstond er een breuk in onze kerken. Een breuk die als zeer pijnlijk is ervaren en door sommigen nog steeds zo wordt ervaren. Toch is er in die vijftig jaren altijd een behoefte geweest om te komen tot herstel. Hoe kreeg deze behoefte vorm en welke ontwikkelingen hebben geleid tot toenadering tussen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken? Hieronder geven we een beschrijving op basis van de landelijke besluitvoering van de beide kerkverbanden door de jaren heen op dit thema. Hoe het proces door plaatselijke kerken en door mensen persoonlijk is ervaren en/of vormgegeven komt niet aan de orde in deze beschrijving.

Voor wat betreft de aanleiding tot de scheuring is de beschrijving summier gehouden. Voor een gedetailleerd overzicht daarvan kunt u terecht in andere bronnen.

 

De breuk in de jaren zestig

Aan de feitelijke breuk binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) ging een langdurige periode vooraf vol kerkelijke conflicten over uiteenlopende kwesties. Daarbij ging het voornamelijk om de waardering van de Vrijmaking en het omgaan met de gereformeerde belijdenis. Er bestond aan de ene kant diepgaande zorg over de loyale binding aan de gereformeerde belijdenis van ambtsdragers. Aan de andere kant ervoer men een te knellende binding aan de letterlijke bewoording van de belijdenis, die de binding aan de Schrift te boven dreigde te gaan. Gemeenteleden konden elkaar niet meer bereiken.

Op 31 oktober 1966 verscheen de Open Brief van ds. Berend Schoep en 24 andere vooraanstaande vrijgemaakten. Zij keerden zich tegen het ‘vrijmakingsgeloof’: het ‘geloof’ dat Christus zijn kerk vergadert via de bedding van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, voortgekomen uit de Vrijmaking van 1944. De Open Brief was gericht aan de Tehuisgemeente in Groningen. Deze Tehuisgemeente was ontstaan na de schorsing en afzetting van ds. Asjen van der Ziel, eveneens een criticus van het ‘vrijmakingsgeloof’. Hij was samensprekingen begonnen met de zogenaamde ‘synodale’ Gereformeerde Kerk ter plaatse, wat hem niet bepaald in dank werd afgenomen. De Open Brief was bedoeld om deze gemeente een hart onder de riem te steken.[1] De Open Brief werkte als een lont in het kruitvat.

De Generale Synode (GS) Amersfoort 1967 besloot, “dat er een onaanvaardbare tegenstrijdigheid bestaat tussen enerzijds de instemming met de belijdenis der kerk, door ds. B.J.F. Schoep ter vergadering betuigd, en anderzijds de inhoud van de Open Brief aan de z.g. Tehuisgemeente in Groningen, waarvoor ds. Schoep door zijn ondertekening de verantwoordelijkheid aanvaardde”.[2]

Op vele plaatsen kwam het mede door deze brief tot schorsingen en afzettingen van ambtsdragers. Daarnaast werden plaatselijke gemeenten door ambtsdragers opgeroepen om de gehoorzaamheid aan een in hun ogen ontrouw geworden kerkenraad op te zeggen en zondags elders te gaan vergaderen. Een en ander leidde uiteindelijk tot een nieuwe, landelijke scheuring en het ontstaan van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Rond 1980 waren er 264 vrijgemaakte kerken met in totaal zo’n 100.000 leden, terwijl de NGK circa 30.000 leden telden, verdeeld over 93 gemeenten.[3]

 

Langs elkaar heen leven

In de jaren zeventig en tachtig werd er aan vrijgemaakte zijde op landelijk niveau niet echt nagedacht over het zoeken van kerkelijk contact met de NGK. Het wantrouwen was eerst nog erg groot. Men zag binnen de NGK alleen maar bevestiging van de (in vrijgemaakte ogen) verkeerde ingeslagen weg. De GS Arnhem 1981 en Heemse 1984 maakten in hun schrijven aan de CGK nog hun grote moeite kenbaar over de contacten van de CGK met de NGK.[4]

De NGK spraken in hun Landelijke Vergadering (LV) van Wezep 1978-1979 uit, “dat alles gedaan moest worden, om te komen tot herstel van de geschonden eenheid” met de vrijgemaakten, maar dat een officieel verzoek tot landelijke samenwerking “vrucht zou moeten zijn van een veel bredere praktijk van kerkelijke herkenning en contactoefening”.[5] In deze jaren stelden deze kerken hun eigen Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS) op. Een aantal kerken die bij het kerkverband van de NGK zijn aangesloten, hebben het AKS niet aanvaard. In de daaraan voorafgaande preambule verklaarden alle kerken dat zij aanspreekbaar zijn op Schrift en Belijdenis.[6] Op plaatselijk vlak was er her en der wel sprake van het zoeken naar toenadering.

 

Voorzichtige toenadering

In de jaren negentig ontstond er op het grondvlak een belangrijk initiatief om samen te bidden voor kerkelijke eenheid. Met name de zogenaamde Werkgroep Gereformeerd Appel heeft hier van 1992 tot 2016 stem aan gegeven.

In 1993 kregen DKE de concrete opdracht van de GS Ommen om te kijken of er verkennende contacten mogelijk waren met de NGK. Er bleek een nieuwe generatie te zijn opgestaan, die de breuk zelf niet bewust had meegemaakt.[8] Van de kant van de NGK werd hier positief op gereageerd. Er vonden gesprekken plaats en de LV van de NGK stuurde een brief naar de GKv waarin de hoop werd uitgesproken dat deze gesprekken zouden mogen leiden tot kerkelijke eenheid.

De GS Berkel 1996 besloot dat er geen perspectief is, “om over te gaan tot samensprekingen op landelijk niveau met de Nederlands Gereformeerde Kerken”. Hiervoor werden onder andere de volgende gronden genoemd:

  1. binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken bestaat een te grote vrijheid in het omgaan met de belijdenis en tolerantie van afwijking van de belijdenis;
  2. de afspraken binnen het kerkverband van de Nederlands Gereformeerde Kerken geven zoveel ruimte, dat een onbekrompen en ondubbelzinnige binding aan de leer onvoldoende wordt gewaarborgd.[9]

Toch besloot deze synode ook om de deputaten de opdracht te geven om deze besluiten en de brief die de GS daarbij stuurde toe te lichten om onduidelijkheden en/of misverstanden weg te nemen. Daarnaast bood deze Synode de kerken kaders aan om op plaatselijk vlak de verkennende contacten met de NGK te intensiveren.

Daarna vonden er weer gesprekken plaats tussen DKE en de Commissie voor Contact en Samenwerking met andere kerken (CCS). Op de LV Doorn 1998 waren voor het eerst deputaten van de GKv aanwezig die de vergadering toespraken. De LV besloot om naar de GKv uit te spreken, “dat de Nederlands Gereformeerde Kerken, zoals ook uitgedrukt in de Preambule van het A.K.S., haar eenheid en de grond voor haar samengaan vinden in het belijden van de Waarheid van de Heilige Schrift, zoals in de drie Formulieren van Enigheid is uitgedrukt, en dat zij op deze basis aanspreekbaar zijn”.[10]

Op de GS Leusden 1999 begon er naast teleurstelling over het resultaat van gevoerde gesprekken het verlangen te groeien om te bouwen aan vertrouwen en door te vragen naar elkaars intenties. Het was op deze vergadering dat voor het eerst afgevaardigden van de NGK aanwezig waren die het woord voerden. Op deze synode werden de kaders waarbinnen plaatselijk wel tot verdergaande contacten kon worden overgegaan, verbeterd en de kerken nog meer gestimuleerd. Deze synode gaf deputaten voor het eerst opdracht om de kerken op te roepen om op de eerste zondag na 31 oktober te bidden voor kerkelijke eenheid.

 

Ontwikkelingen op plaatselijk vlak

Na de millenniumwisseling werden de gesprekken voortgezet. Elkaars zorgpunten werden serieus beluisterd en er werd meer inhoudelijk en diepgaander doorgesproken over hoe de binding aan de belijdenis in de praktijk functioneerde in beide kerkverbanden. Daarbij viel het aan GKv zijde goed dat de LV Lelystad 2004 uitsprak, dat “meningsverschillen over de christelijke leer nadrukkelijk aandacht dienen te krijgen op kerkelijke vergaderingen’’[11]. Heel voorzichtig groeide het vertrouwen. Dit werd echter op de proef gesteld toen de LV Lelystad 2004 het zogenaamde VOP-rapport (Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten) aanvaardde als basis voor het openstellen van alle ambten voor zusters.[12] Dit rapport riep bij de GKv de vraag op of het gezag van de Schrift hiermee niet ondergeschikt werd gemaakt aan de cultuur van vandaag en ons verstaan van de Schrift vandaag.

Tegelijk namen de GKv een belangrijk besluit om tegemoet te komen aan het verlangen van de NGK om op plaatselijk vlak verder te komen in het zoeken naar en vormgeven van kerkelijke eenheid. Zij stelden een regeling op die het mogelijk maakte om plaatselijk wel een samenwerkingsgemeente te vormen terwijl er landelijk nog niet van samenwerking sprake was: de zogenaamde Regeling voor plaatselijk contact en samenwerking (GS Amersfoort 2005). Het aantal kerken dat plaatselijk gesprekken begon om te komen tot kerkelijke contact en zo mogelijk samenwerking nam fors toe. In 2006 was in Zaandam de eerste samenwerkingsgemeente van NGK en GKv een feit. Er zouden daarna meerdere gemeenten volgen. In oktober 2006 verscheen een gezamenlijk nummer van het NGK-blad Opbouw en de GKv-periodiek De Reformatie.

Afgevaardigden van beide kerkverbanden stelden in 2006 samen een rapport op: Waar staan wij nu. Een balans.[13] De NGK besloten in 2007 ten aanzien van dit rapport van harte in te stemmen met de Balans over de belijdenis zoals opgesteld en aanvaard door de DKE en de CCS. Daarom wekten zij de kerken op om (plaatselijk en in regioverband) conform AKS art. 17 hun binding aan de belijdenis en daarmee aan de leer van de Heilige Schrift met een handtekening te bekrachtigen: niet vanuit eenheidsdwang of het zoeken van juridische zekerheden, maar als onderstreping van de mondelinge instemming. Tevens zochten zij naar wegen en middelen om het gesprek in de gemeenten en op kerkelijke vergaderingen over de leer van de kerk en daarmee over de belijdenis te stimuleren. Zij wilden samen met de GKv (en zo mogelijk de CGK) komen tot een eigentijds geloofsgetuigenis dat God eer geeft, de gemeente van Christus bouwt en aan de wereld getuigenis geeft van het Evangelie van Jezus Christus. Verder verklaarden zij zich bereid tot verdere gesprekken om samen een weg te vinden in de nog bestaande verschillen rond de omgang met de belijdenis.

De GS Zwolle-Zuid 2008 reageerde overwegend positief zowel op het rapport van deputaten als op de besluiten van de LV. Zij stemde echter nog niet in met het volledige rapport en kwam ook nog niet tot de uitspraak, zoals al wel in het rapport verwoord, dat de GKv de NGK ,”erkent als kerken van Christus met wie we een zijn in geloof en belijden”. Deze synode zette nog weer eens de puntjes op de i voor het verdere gesprek toen zij in de onderbouwing voor deze gesprekken aangaf “dat de genoemde overeenstemming stimuleert om verder te spreken over de andere hindernissen die eerdere synodes voor een gesprek met het oog op kerkelijke eenheid zagen en die met deze overeenstemming nog niet weggenomen zijn. Het is namelijk nog niet duidelijk wat de bereikte overeenstemming betekent voor de kaders waarin bij de NGK de ondertekening staat, te weten de Preambule, art. 17 en 34 van het Akkoord voor Kerkelijk Samenleven (AKS) alsmede voor de manier waarop in het verleden het onderscheid tussen Christus als het fundament en zaken in de belijdenis die het fundament niet raken werd gebruikt”.[14] Deze reactie gaf bij de NGK eerst het gevoel dat zij opnieuw gewogen en te licht bevonden werden. Na bezinning drong het besef door dat het proces van naar elkaar toegroeien tijd nodig had en dat nog de nodige hobbels genomen moesten worden. Dit hing mede samen met het feit dat de echte ontmoeting op het grondvlak slechts door een beperkt aantal kerken van de NGK en de GKv ervaren werd.

 

Groeiend vertrouwen

Vanaf 2010 werd er opnieuw gewerkt aan het zoeken en vinden van vertrouwen. Dit gebeurde allereerst tussen deputaten van de GKv en de commissie van de NGK, wat resulteerde in het schrijven  van gezamenlijke notities. Zo verscheen van hun hand een notitie waarin een samenvatting werd gegeven van gesprekken over doop, avondmaal en de leer van de Heilige Geest.[15] Eveneens verscheen er een notitie getiteld Overeenstemming over hermeneutische uitgangspunten.[16] Beide kerkverbanden reageerden positief op deze notities en drongen aan op voortgaand gesprek.

Daarbij speelden bij de GKv nog steeds vragen over hoe de NGK in de praktijk omging met afwijking van de belijdenis en met vragen rondom het Schriftgezag, en hoe dat in het zogenaamde VOP-rapport concreet toegepast is. CCS en DKE stelden daarna opnieuw een notitie op getiteld Tweede overeenstemming hermeneutische uitgangspunten.[17] Deze notitie was voor de GS Ede 2014 aanleiding om uit te spreken, dat “door de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.

Ondanks het verschil in praktische uitkomsten ten aanzien van de vrouw in het ambt, is gebleken dat we als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift.” Deze synode nam ook het beslissende besluit om “de contacten met de NGK voort te zetten en over te gaan van gesprekken naar samensprekingen tot gesprekken met het oog op kerkelijke eenheid.” De LV Zeewolde had in 2014 de GKv al de vraag voorgelegd om per 31 oktober 2016 uit te spreken “in staat van hereniging te zijn”.[18]

 

Onderweg naar kerkelijke eenheid

Deze landelijke ontwikkeling ging gepaard met een duidelijke toename van kerken die plaatselijk samenwerkten of daarheen op weg waren. De beide landelijke bladen Opbouw en De Reformatie gaven vanaf 2011 jaarlijks een gezamenlijk nummer uit. Vanaf 1 januari 2015 zijn beide bladen gefuseerd tot een nieuw blad genaamd Onderweg.

Op 23 maart 2013 organiseerden beide bladen een congres met als titel Kerk tussen muren en mensen. Tijdens dit congres in Zwolle was er ruimte om over en weer uit beide kerkverbanden elkaar te ontmoeten, gezamenlijke pijn te delen uit het verleden en hoop te koesteren voor de toekomst.

Op 28 oktober 2016 werd er in Kampen een congres georganiseerd waarin de Open Brief van 31 oktober 1966 centraal stond. Tijdens dit congres, getiteld Een steen op de maag, werd door verschillende sprekers een historische duiding gegeven van deze brief plus de tijd waarin deze verscheen. Daarnaast was er volop gelegenheid om hierover door te spreken.

In deze jaren ontstond er samenwerking tussen de TU Kampen en de predikantenopleiding van de NGK, met name in het programma van de Permanente Educatie Predikanten. Diverse publicaties verschenen uit beide kerkverbanden die bijdragen aan bezinning op de breuk in de jaren zestig.[19]

Kortom de ontmoeting en het gesprek tussen beide kerkverbanden werd in snel tempo verbreed en verdiept. In dit decennium werden actieve pogingen ondernomen om verzoening te bewerken. Er werden schorsingen opgeheven en predikanten gerehabiliteerd. Voor velen kwam dit helaas te laat, maar er is inmiddels een brede consensus ontstaan dat de breuk niet had gemogen. Aan de andere kant zijn er mensen die dit niet mee kunnen maken, en de op vele plaatsen ontstane toenadering betreuren.

In 2017 verscheen er van de hand van CCS en DKE een rapport genaamd Perspectieven.[20] In dit rapport zijn de kerkordes van de NGK en de GKv naast elkaar gelegd en wordt een richting gewezen hoe ze op elkaar af te stemmen zijn. Mede op grond van wat in dit rapport is overeengekomen over hoe de binding aan de belijdenis in praktijk vorm krijgt (zie hoofdstuk 5 van dit rapport) en mede op grond van het besluit van de GS Meppel 2017 over vrouw en ambt, besloot deze synode om “a. met diepe vreugde op te merken dat God ons het geschenk van hernieuwde geestelijke eenheid geeft met onze broers en zussen van de NGK; b. de uitnodiging van de NGK voor een gezamenlijke vergadering van deze synode met de Landelijke Vergadering, gericht op hereniging, te aanvaarden; c. deputaten op te dragen om alles te doen wat nodig is om een zo spoedig mogelijke hereniging voor te bereiden en in samenwerking met de CCS, waar mogelijk en gewenst, het proces van herstel en verzoening op plaatselijk niveau te stimuleren en te ondersteunen.”[21]

Door:
Rolf van Ommen (predikant in de GKv te Rouveen, deputaat Kerkelijke Eenheid)
Geert van Dijk (predikant in de NGK te Sliedrecht, lid Commissie voor Contact en Samenwerking met andere kerken)

Gebruikte literatuur

[1] Voor de tekst van de Open Brief, zie http://beheer.ngk.nl/docs/openbrief.pdf.

[2] Acta GS Amersfoort 1966-1967, 137; zie ook de doorwerking van deze zaak, vastgelegd in de acta van de GS Hoogeveen 1969/1970. Acta van de diverse GKv synoden zijn te vinden via http://www.kerkrecht.nl/node/20.

[3] Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken (Amsterdam 1983) 120; Handboek 1983 ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland (Goes 1983) 31.

[4] Zie de acta van deze synodes: http://www.kerkrecht.nl/node/20.

[5] Acta LV Wezep 1978-1979, 23-24. Acta van de diverse Landelijke Vergaderingen van de NGK zijn te vinden via https://ngk.nl/commissies/archief/archieven.

[6] De ‘prae-ambule’ werd op de LV Utrecht 1974 aangenomen; het AKS werd aangenomen op de LV Kampen 1976. Zie Acta LV Kampen 1976, 75.

[7] Acta GS Leeuwarden 1990, 134.

[8] Acta GS Ommen 1993, 721.

[9] Acta GS Berkel 1996, 906.

[10] Acta LV Doorn 1998, 29.

[11] LV Lelystad, notulen 25 juni 2004.

[14] Acta GS Zwolle-Zuid 2008, 18.

[18] LV Zeewolde 2013, notulen 1 maart 2014.

[19] Te denken valt aan o.a. Ab van Langevelde, In het klimaat van het absolute. C. Veenhof (1903-1983) Leven en werk.

[21] GS Meppel 2017, 12; zie https://www.gkv.nl/organisatie/generale-synode/gs-2017/besluiten, onder Deputaten Kerkelijke Eenheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *