“Nederlandse Gereformeerde Kerken”

“Nederlandse Gereformeerde Kerken”

Nederlandse Gereformeerde Kerken: dat zal de naam zijn van de nieuwe kerkgemeenschap van GKv en NGK. Sinds 2017 zijn deze kerken concreet op weg naar hereniging. Het streven is om ergens in 2023 daadwerkelijk samen te gaan. Op 25 september jl. hebben de afgevaardigden naar de gezamenlijke synode/landelijke vergadering van de GKv en NGK met algemene stemmen voor bovenstaande naam gekozen. Die typeert kort en helder het karakter van de kerken: ze zijn gereformeerd en ze zijn Nederlands.

De naamgeving is een zorgvuldig proces geweest. Leden van beide kerken hebben alle ruimte gekregen om input te leveren, zowel door namen aan te dragen als door hun mening te geven over de namen die geopperd werden. De Regiegroep Hereniging heeft dat hele proces begeleid. In hoofdstuk 10 van haar rapport, dat te vinden is op de homepage van www.onderwegnaar1kerk.nl, staat hoe er uiteindelijk vier namen overbleven die aan de gezamenlijke landelijke vergadering/synode zijn voorgelegd. Uit die vier namen is dus voor deze naam gekozen.

Criteria
De Regiegroep hanteerde bij het opstellen van die shortlist van vier namen acht criteria. De naam moest (1) blijvend bruikbaar zijn, (2) openstaan voor deelname door andere kerken, (3) geschikt zijn als naam voor het kerkverband volgens het gereformeerde kerkrecht, (4) goed gecombineerd kunnen worden met namen van lokale kerken, (5) praktisch bruikbaar zijn, (6) duidelijk zijn en niet al in gebruik zijn door andere kerkgemeenschappen, (7) bescheiden en reëel zijn, zonder negatieve connotaties, en (8) binnen de kerken geen heftige controverse oproepen.

Tucht: om de gemeente te bewaren bij Christus

Tucht: om de gemeente te bewaren bij Christus

Het hoofdstuk over de kerkelijke tucht in de concept-kerkorde is compleet herschreven. De insteek is positiever geworden, het hoofdstuk is beter ingebed in de rest van de kerkorde en de gemeente heeft er een prominentere plek in gekregen. ‘Tucht is nu veel sterker verbonden met omzien naar elkaar.’ Deze aanpassing illustreert dat voor de werkgroep die de tekst schreef en voor de regiegroep die ermee instemde, de nieuw voorgestelde kerkorde niet in beton gegoten is.

In september 2020 stuurde de regiegroep een nieuwe versie van de kerkorde voor de herenigde kerk naar GS en LV. Die week op heel wat punten af van de eerste versie, doordat commentaar daarop vanuit de kerken door de werkgroep toekomstige kerkorde (WTK) was verwerkt. Als gevolg van de coronabeperkingen hebben GS en LV het voorstel nog niet kunnen behandelen. Waarschijnlijk zal dat dit jaar na de zomer gebeuren.

Intussen heeft het denken in de werkgroep niet stilgestaan. Zo is er intensief gesproken over hoofdstuk D over de kerkelijke tucht: is de term ‘tucht’ nog wel bruikbaar in deze tijd? Waarom een heel hoofdstuk met een hoog theoretisch gehalte over iets wat niet of nauwelijks nog wordt gepraktiseerd? Wordt dit hoofdstuk geen buitenbeentje in de kerkorde, zonder duidelijke aansluiting op de rest, en zonder duidelijke aansluiting op de realiteit? Als resultaat van deze bezinning is het hoofdstuk herschreven en in een nieuwe versie ter behandeling aan GS en LV aangeboden.

Positiever

Wat zijn de voornaamste verschillen tussen de oude en de nieuwe versie van dit hoofdstuk van de kerkorde? Allereerst is de toonzetting positiever geworden. Volgens het rapport ‘wordt tuchtoefening door ambtsdragers en andere gemeenteleden beleefd als een afgezonderde ruimte binnen het kerkelijk gebouw, vol donkere hoeken en nare herinneringen, waar je liefst niet naar binnen gaat.’ WTK-lid ds. Menko Biewenga: ‘Tucht is in de kerk een beladen woord. Natuurlijk kun je best uitleggen wat tucht is en dat het doel ervan positief is, maar desondanks blijft het voor mensen beladen voelen. En juist het feit dat je het telkens moet uitleggen, maakt het minder geschikt als term in een kerkorde.’ Daarom, zegt het rapport, ‘starten we positief: de inzet is om de gemeente en haar leden bij Christus te bewaren. De tucht betekent enkel dat we dit serieus nemen: wanneer iemand wegloopt van de Herder, zal Hij dat niet zonder zorg aanzien, en dus mogen wij evenmin de andere kant op kijken.’

Wanneer iemand wegloopt van de Herder, zal Hij dat niet zonder zorg aanzien, en dus mogen wij evenmin de andere kant op kijken

De introductie bij hoofdstuk D verwoordt het zo: ‘In de gemeente van Christus zijn we met elkaar verbonden. Daarom zien we naar elkaar om: we laten elkaar niet los, maar proberen ieder zo dicht mogelijk bij Christus te houden.’ Omzien naar elkaar’ is volgens Biewenga de spits van dit nieuw geredigeerde hoofdstuk. ‘Tucht blijft een zwerfsteen uit het verleden, als het niet ingebed is in een levende gemeente met mensen die elkaar liefhebben, omzien naar elkaar en daarom elkaar ook aanspreken. Daarmee kruip je ook veel dichter tegen de Bijbel aan en doe je de Bijbel meer recht.’

Meer geïntegreerd

Naast die positievere invalshoek noemt WTK-lid ds. Kornelis Harmannij een tweede verandering ten opzichte van de eerdere versie. ‘We hebben de kerkelijke tucht nu in het grotere kader van het kerkelijk toezicht gezet, dat ook elders in de kerkorde ter sprake komt, vooral als taak van de ouderlingen. Daardoor staat dit hoofdstuk niet langer los van de rest van de kerkorde, maar is het nu meer geïntegreerd in de kerkorde als geheel. We hopen dat de tucht zo ook beter wordt geïntegreerd in het geheel van het gemeentelijk leven.’

Tucht blijft een zwerfsteen uit het verleden als het niet ingebed is in een levende gemeente met mensen die omzien naar elkaar

Gemeente prominenter

Daardoor, en dat is een derde verandering, krijgt de tucht ook een bredere opzet dan in de vorige versie. ‘Niet langer staat de kerkenraad centraal als het om tucht gaat, maar de gemeente en de ouderling komen veel meer in beeld,’ aldus het rapport. De rol van de ouderling, voordat de kerkenraad betrokken wordt bij een ernstige afdwaling in leer of leven, krijgt meer reliëf, net als de gemeente. ‘Het informeren van de gemeente is naar onze overtuiging in deze tijd een effectiever middel dan de ontzegging van het avondmaal. Het mag daarom prominenter in beeld komen en staat nu meer voorop dan in de vorige versie.’

Volgens Biewenga sluit dat goed aan bij Jezus’ onderwijs in Matteüs 18, ‘en dan nadrukkelijk het gehele hoofdstuk en niet alleen de verzen 15-17 waar vaak alleen maar naar wordt verwezen.’ Harmannij: ‘Daarin gaat het niet over afhouding van het avondmaal, maar over: zeg het de gemeente. Dat informeren van de gemeente, met inachtneming van alle zorgvuldigheidsregels die daarbij nodig zijn, benoemt bovendien het gevoelige punt voor betrokkene: de gemeente krijgt het te weten!’

Verrast

Biewenga hoopt dat de mensen door de nieuwe accenten in dit hoofdstuk van de kerkorde ‘verrast worden: hé, kan het ook zo? Dat mensen gaan beseffen dat dit wezenlijk bij de gemeenschap der heiligen hoort: dat het er niet om gaat mensen overboord te kieperen, maar dat omzien naar elkaar en toezien op elkaar wezenlijk is voor gemeente zijn, gemeenschap der heiligen. Terwijl mensen in de kerk van het woord tucht en wat daar omheen hangt vaak alleen maar koud worden, hoop ik dat ze hier warm van worden.’

Voor Kornelis Harmannij voelt de nieuwe tekst niet als een compromis, maar als een vooruitgang. ‘Het is er echt beter door geworden.’ Op mogelijke kritiek dat de tekst van de kerkorde op dit punt te veel toegeeft aan de praktijk, reageert hij: ‘Ja, de tekst sluit meer aan op de reële gemeentelijke praktijk. Je kunt het op papier allemaal goed geregeld hebben, maar als het in de praktijk gewoon niet gebeurt, wat heb je dan bereikt? Het moet wel werken! Ik geloof dat de lijnen die we trekken, voluit Bijbels zijn. En ik hoop dat kerkenraden zeggen: hé, dit kan ons helpen.’  Maar zal in een gemeentelijke cultuur van vrijblijvendheid, van wegkijken en van: ben ik mijn broeders hoeder, het omzien naar elkaar dat de kern is van deze kerkordebepalingen, wel gaan werken? Menko Biewenga: ‘Een andere cultuur in de gemeente ga je met een kerkorde niet regelen. Die zal echt moeten komen van de verkondiging. De kerkorde geeft randvoorwaarden, maar je moet het echt vanuit de prediking invullen met een appel vanuit het evangelie: elkaar niet de tent uitvechten, elkaar niet loslaten, maar naar elkaar omzien en op elkaar toezien.’

Hier is het rapport over het nieuwe hoofdstuk D van de kerkorde te downloaden.

 

Nieuw voorstel regio-indeling

Nieuw voorstel regio-indeling

De nieuwe kerkgemeenschap waar GKv en NGK naar op weg zijn, gaat 28 regio’s tellen, in omvang variërend van negen tot twintig gemeenten. Dat stelt de regiegroep hereniging voor aan de generale synode (GKv) en de landelijke vergadering (NGK). Die zullen daar na de zomer over beslissen.

Een beschrijving van welke kerk in welke regio is ingedeeld, is hier te vinden.

Jaap Smit, Informatiemanager Geo (Linkedin.com/in/jaaphsmit) en lid van de GKv Zwolle-Zuid, heeft de nieuwe regio-indeling in kaart gebracht (zie de afbeelding hierboven, of klik hier voor een duidelijkere versie waarop je in kunt zoomen). De regiogrenzen zijn globaal aangegeven; de steden en dorpen waar één of meerdere GKv- en/of NGK-gemeenten te vinden zijn, zijn met een stip aangegeven.

Geen bemoeizucht

In de gesprekken over de nieuwe kerkgemeenschap gaat de aandacht vaak vooral uit naar het landelijke kerkverband met de synode en commissies. Er is minder oog voor de samenwerking in regionaal verband, dat Regiegroepvoorzitter Ad de Boer als ‘het meest nabije kerkverband’ typeert. In de regio (‘regionale vergadering’ is de officiële term) ontmoeten vertegenwoordigers van kerken die bij elkaar in de buurt liggen elkaar enkele keren per jaar, al is dat ‘bij elkaar in de buurt’ in provincies als Noord-Brabant en Limburg nogal betrekkelijk. Maar in de meeste regio’s liggen de kerken redelijk dicht bij elkaar.

Elkaar als kerken tot een hand en een voet zijn, dat is waar de regio voor bedoeld is

Ad de Boer: ‘Elkaar als kerken tot een hand en een voet zijn, dat is waar de regio voor bedoeld is. Problemen delen waar je tegenaan loopt en die wellicht ook in buurgemeenten spelen en met elkaar zoeken naar de beste aanpak daarvan. Samen dingen oppakken waar je in eentje te klein voor bent. Hulp bieden bij moeilijkheden waar een gemeente alleen niet uit komt. Gezamenlijk wijsheid bij God zoeken. Van elkaar leren in hoe je in deze tijd gemeente van Jezus Christus bent. Dat is geen bemoeizucht, maar oog hebben voor elkaar en elkaar dienen’.
Daarnaast hebben de regio’s een aantal taken die net als nu in de GKv en de NGK in de kerkorde zijn vastgelegd, zoals bij de beroepbaarstelling van kandidaten, de komst van nieuwe predikanten in een gemeente e.d.

Informateur

In maart 2020 gaven GS en LV de regiegroep opdracht om met een nieuwe regio-indeling aan de slag te gaan en daarbij op een aantal zaken te letten: de regio’s moeten niet te veel kerken tellen met het oog op de reisafstand en de mogelijkheid van goed onderling contact. Ook voorkom je daarmee al te massale vergaderingen. Maar ze moeten ook weer niet te klein zijn, gelet op de noodzakelijke bestuurskracht die een regio moet hebben om de kerkordelijke taken uit te voeren en omdat een regio elke drie jaar twee afgevaardigden voor de landelijke vergadering moet kunnen leveren.

In september 2020 heeft de regiegroep een eerste indelingsvoorstel voor commentaar naar de kerken, GKv-classes en NGK-regio’s gestuurd. Van de mogelijkheid om daarop te reageren is goed gebruik van gemaakt. Vooral vanuit de GKv vroeg een aantal gemeenten om praktische redenen (afstand, bestaande samenwerking etc.) in een aangrenzende regio te worden ingedeeld. Volgens Ad de Boer konden de meeste verzoeken worden gehonoreerd. ‘Dat leidde tot kleine aanpassingen van de regio-indeling. Daarnaast wilden ook enkele GKv-classes de nieuwe indeling behoorlijk anders dan in het voorstel van de regiegroep. Omdat dat gevolgen zou hebben voor naburige classes, hebben we gestimuleerd om daarover goed met elkaar te overleggen. In Groningen en Friesland hebben we daar hulp bij gehad van emerituspredikant Tiemen Dijkema, goed bekend in Groningen en inmiddels woonachtig in Friesland. Hij heeft op verzoek van de regiegroep als een soort informateur partijen bij  elkaar gebracht en hen geholpen om lastige knopen door te hakken.’

Maatwerk

Terug naar de nieuwe regio-indeling. Ad de Boer: ‘We hebben de criteria die GS en LV ons hebben meegegeven zo goed mogelijk toegepast, maar niet rigoureus. We hebben her en der echt maatwerk moeten leveren. Een paar regio’s zijn aan de kleine kant, maar ja, andere gemeenten daaraan toevoegen was vanwege de afstand gewoon niet mogelijk. En sommige regio’s zijn aardig groot, maar daar een knip in zetten had soms betekend dat de regiogrens dwars door een burgerlijke gemeente ging lopen. Ook hebben we geprobeerd zoveel mogelijk te voorkomen dat één NGK-gemeente in zijn eentje in een verder alleen uit GKv-gemeenten bestaande regio terecht zou komen’.

We hebben her en der echt maatwerk moeten leveren

Bijzonder is de situatie is Friesland, waar de kerken ervoor hebben gekozen om anders dan in het eerste voorstel van de Regiegroep, één Friese regio te vormen zoals ook CGK en PKN die kennen. ‘Met twintig gemeenten is dat een forse regio geworden, maar we vonden de argumenten van de kerken om het zo te doen, overtuigend genoeg om te zeggen: oké, we doen het zo.’

Kennismaking

Zoals gezegd beslissen GS en LV na de zomer over de nieuwe regionale indeling in de herenigde kerk. Mocht het in de toekomst wenselijk zijn dat een gemeente van de ene naar de andere regio verhuist, dan beslissen de betrokken regio’s daar zelf over, samen met de betreffende gemeente. Dat geldt ook voor de naam van de regio (de regiegroep heeft niet meer dan een voorzet gedaan) en de manier waarop de regio zijn werkzaamheden inricht.

De nieuwe indeling gaat pas in op het moment dat GKv en NGK herenigen, waarschijnlijk in 2023. Tot die tijd blijven de huidige GKv-classes en NGK-regio’s volledig in functie. Vanuit de LV is erop aangedrongen om vóór de daadwerkelijke hereniging al een proces van kennismaking in de nieuwe regio’s te starten.

Handreiking

Een Handreiking die naar verwachting in het najaar van 2021 verschijnt, zal ingaan op allerlei vragen die bij de nieuwe regiovorming zullen rijzen, vragen als: hoe ga je om met bestaande financiële verplichtingen in een classis als die straks niet meer bestaat en de classiskerken in verschillende regio’s terechtkomen? Wat moet er in de nieuwe situatie met de oude classis- en regio-archieven gebeuren? Op die vragen is lang niet altijd één antwoord te geven dat op alle situaties past. En sowieso zal er op dat vlak heel weinig landelijk bepaald worden. Regio’s zijn  binnen de kerkordelijke kaders echt eigen baas. Het zal vooral zaak zijn om in de Handreiking aan te geven waar de regio’s met hun vragen terecht kunnen. En, minstens zo belangrijk, hoe regio’s door het uitwisselen van kennis, ervaring en best practices van elkaar kunnen leren.

Regio’s zijn  binnen de kerkordelijke kaders echt eigen baas

Het voorstel Nieuwe regio-indeling na hereniging zoals aangeboden aan de lv/gs is hier te vinden. Daarin staat, behalve de voorgestelde indeling, ook een uitgebreide toelichting op het proces en een verantwoording van bepaalde keuzes die de regiegroep gemaakt heeft.


Voor geïnteresseerden: br. Jaap Smit heeft de huidige en voorgestelde regionale indelingen in kaarten en cijfers samengebracht (klik hier). Deze pagina laadt het best op laptops en pc’s. Voor de inhoud hiervan draagt de regiegroep geen verantwoordelijkheid.

“1 + 1 = 3”

“1 + 1 = 3”

Commissies en deputaatschappen fuseren

Nu het reguliere werk van synode en landelijke vergadering erop zit, is het voor veel commissies en deputaatschappen tijd om aan de slag te gaan met de taak die ze ontvangen hebben. Voor zover dat al niet eerder gebeurd was, zijn sinds de gezamenlijke lv/gs van vorig jaar de meeste commissies en deputaatschappen samengegaan in één commissie met een gezamenlijke opdracht. Wat bracht dat met zich mee aan kansen en uitdagingen?

Voor de GKv betekent dat in ieder geval dat er afscheid genomen wordt van de oude begrippen deputaatschap en deputaten, woorden die in het hedendaags Nederlands buiten het kerkelijk jargon al niet of nauwelijks meer gebruikt worden. GKv-deputaatschappen die fuseren met NGK-commissies heten vanaf nu commissies of, in een enkel geval, werkgroep. De betekenis is gelijk: in opdracht van een meerdere vergadering – in dit geval de gezamenlijke landelijke vergadering/generale synode – voeren commissies en werkgroepen een bepaalde taak uit, waarover ze aan de volgende lv/gs rapporteren.

Missionair
Samen aan de slag gaan met de gegeven opdracht vanuit een verschillende startsituatie, dat typeert voor veel commissies de huidige stand van zaken. Veelal wordt verondersteld dat de organisatiegraad in vrijgemaakte kerken groter is dan in de NGK. Klaas Klaver, voorzitter van de nieuwe commissie steunbehoevende kerken en missionaire initiatieven (CSKMI), noemt dat een vooroordeel. Hij herkent het in ieder geval niet in de praktijk van de samenwerking van het deputaatschap ondersteuning (DO) van de GKv met de commissie steunbehoevende kerken (CSK) van de NGK; evenmin trouwens in zijn werk voor de landelijke vergadering, waar hij als afgevaardigde uit de regio Nunspeet aan deelneemt.
‘Zo’n twee jaar geleden vroeg de regiegroep hereniging ons om de krachten te gaan bundelen,’ vertelt hij. ‘Ons werk had raakvlakken, maar viel zeker niet samen. DO was meer bezig met inhoudelijke steun aan missionaire projecten, terwijl CSK zich focuste op de financiële ondersteuning van noodlijdende kerken.’

We bleken het uitstekend met elkaar te kunnen vinden en brengen elk onze eigen sterke kanten mee in de nieuwe commissie

Het leverde grote winst op om die twee invalshoeken te bundelen. ‘We bleken het uitstekend met elkaar te kunnen vinden en brengen elk onze eigen sterke kanten mee in de nieuwe commissie. De leden vanuit CSK hebben gaandeweg geleerd om zich ook op de inhoudelijke kant van het missionaire werk toe te leggen, en DO-ers, die hun focus juist daar hadden liggen, krijgen steeds meer oog voor de financiële kant van de steunverlening.’ Inmiddels denkt de commissie ook met gemeentes en missionaire initiatieven mee over de ontwikkeling van een financieel duurzaam perspectief.

CSKMI-adviseur Gienke Boersma noemt een van de eerste wapenfeiten van de gezamenlijke commissie de start-steunverlening aan Geloof in IJsselstein, een missionair initiatief dat is gelieerd aan de GKv. Dankzij de startsubsidie van CSKMI was er voldoende vertrouwen om Ewoud Holsappel als missionair werker en voorganger aan te stellen. Boersma: ‘Met de kerngroep van CSKMI hebben we  meegedacht over het proces van instituering. Wat hierin  geholpen heeft is de verwijzing naar de nieuwe kerkorde en de ruimte die daarin geboden wordt om missionair kerk te zijn.’ Sinds kort werkt CSKMI aan de voorbereiding voor een missionaire conferentie en de missionaire trendrede die 22 januari 2022 gehouden wordt.

Administratie
Voor NGK-moderamenleden Ben Vreugdenhil en Hester den Oudsten was het wel even wennen toen ze voor het eerst deelnamen aan een overleg van de werkgroep administratieve ondersteuning (WAO). ‘Tijdens de eerste ontmoeting was het voor ons allemaal even aftasten, maar inmiddels werken we in teamverband goed samen,’ aldus Ben Vreugdenhil, tweede scriba van de huidige landelijk vergadering. Een volgende LV werd voorheen in praktische zin altijd voorbereid door leden van het zittende moderamen. Binnen de GKv was voor de organisatorische kant van de synode een permanent deputaatschap aangesteld dat zijn taak daardoor elke drie jaar routineus ter hand kon nemen. Hij noemt het een volstrekt logische en positieve stap dat lv-moderamenleden deel zijn gaan uitmaken van de nieuwe werkgroep.

Het is een volstrekt logische en positieve stap dat we samen deze werkgroep zijn gaan vormen

WAO heeft nu een dubbele taak, omdat de landelijke vergadering en de generale synode weliswaar heel veel werk samen verzetten, maar nog wel gescheiden structuren zijn. Er moeten dus zoals het er nu naar uitziet tot aan de hereniging nog zowel een synode als een landelijke vergadering georganiseerd worden, en wel vervroegd, in 2022, om de kerkorde van de nieuw te vormen kerkgemeenschap te kunnen vaststellen.
Net als in het gezamenlijke lv-gs-moderamen wordt er in de WAO heel harmonieus en constructief samengewerkt. ‘De landelijke vergadering heeft baat bij de organisatorische slagkracht en ervaring van het voormalige deputaatschap, terwijl het project Handboek/informatieboekje voor de nieuwe kerkgemeenschap kan putten uit de NGK-bron,’ zegt Vreugdenhil. Het GKv-deputaatschap administratieve ondersteuning besloot ruim anderhalf jaar geleden na lang wikken en wegen om geen papieren versie van het Handboek meer te verzorgen maar de kerkelijke gegevens in afgeslankte vorm op www.gkv.nl te publiceren. De Regiegroep Hereniging en de partijen die bij de totstandkoming Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken betrokken zijn, zien wel de meerwaarde van een papieren uitgave van kerkelijke gegevens en ontwikkelingen voor het nieuw te vormen kerkverband. Die taak is vervolgens door de moderamina bij WAO neergelegd. Vreugdenhil: ‘We vullen elkaar dus over en weer in veel opzichten goed aan en hebben elkaar echt iets te bieden; het is pure winst.’

Eenheid
In de nieuwe commissie contact en eenheid (CCE) is het prachtig om met een voormalige gesprekspartner zij aan zij op te trekken. Lang voordat het herenigingstraject werd ingezet ontmoetten GKv en NGK elkaar namelijk al in hun deputaatschap kerkelijke eenheid (GKv) en commissie voor contact en samenspreking (NGK). In die hoedanigheid onderzochten ze wat de kerkgenootschappen scheidde en verbond. Vanaf november 2017 zijn de contacten tussen het deputaatschap en de commissie steeds inniger geworden: van het bijwonen van elkaars vergaderingen tot en met de daadwerkelijke fusie in 2021.

CCE onderhoudt net als haar voorlopers de oecumenische contacten met Nederlandse kerken, onder andere met de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN) en de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Ook stimuleert en ondersteunt de commissie stappen die worden gezet richting kerkelijke eenheid en ze adviseert op verzoek ook plaatselijke samenwerkende kerken in dit proces.

Er ging wel wat tijd overheen voordat de NGK-commissieleden en de GKv-deputaten zich bij elkaar thuis voelden, maar niet heel veel. Leny Louwerse is samen met Sytze Huizinga duovoorzitter van CCE en vertelt: ‘Eerst stuurden we waarnemers naar elkaars vergaderingen. Dat vonden we best spannend: wat treffen we aan, hoe worden we ontvangen, wat gebeurt er als we over de schouder van de ander meekijken? We constateerden al gauw dat onze agenda’s nagenoeg gelijk waren en zijn heel dankbaar dat er zo snel vertrouwen groeide, zodanig dat we één commissie konden gaan vormen.’

We constateerden al gauw dat onze agenda’s nagenoeg gelijk waren

Natuurlijk was en is er verschil in aanpak vanuit een verschillende achtergrond. Louwerse: ‘De GKv’ers boden samenwerkende kerken onder meer regelingen om hen te helpen die samenwerking duurzaam vorm te geven, de NGK’ers begeleidden hen meer individueel. Dat komt misschien voort uit een cultuurverschil, maar we beleefden het als wederzijds aanvullend. In de nieuwe CCE maken we dankbaar gebruik van elkaars sterke punten. Je kunt ook zeggen: met een verschillende aanpak werkten we destijds aan dezelfde doelstellingen. Nu doen we dat eensgezind samen terwijl ieder zijn eigen inbreng heeft.’
Een voorbeeld van samen optrekken vanuit een verschillende startsituatie is hoe zowel de GKv als de NGK sinds kort als geassocieerd lid deel uitmaken van de Raad van Kerken. ‘We stonden daar verschillend in en wilden de ander niet binden aan ons standpunt. Bij de keuze voor deze vorm zijn ieders afwegingen en de bestaande contacten met andere kerkgenootschappen in overweging genomen en nemen we volwaardig deel aan de Raad.’
Natuurlijk blijven er contacten tussen de verschillende protestantse kerkgenootschappen die in de nieuwe situatie nog niet uitgekristalliseerd zijn. ‘De contacten met de PKN waren bij de NGK bijvoorbeeld intensiever dan bij de GKv, terwijl dat laatste kerkgenootschap weer meer contact had met de Hersteld Hervormde Kerk,’ vertelt Louwerse. ‘Het mooie is dat we daar nu samen naar kijken en mee bezig zijn zonder de ander in een keurslijf te dwingen. Er is veel in beweging, maar wat overheerst is een gevoel van dankbaarheid over het feit dat we er nu samen de schouders onder mogen zetten.’

 

Andere gezamenlijke dan wel gefuseerde commissies

Het deputaatschap archief en documentatie is commissie archief en documentatie geworden. De commissie verzamelt en beheert documentatiemateriaal dat van belang is voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlands Gereformeerde Kerken, met name sinds de vrijmaking van 1944.

De commissie eredienst is de opvolger van deputaten eredienst (GKv) en de commissie interkerkelijke stichting voor het kerklied (NGK). Zij adviseert en ondersteunt gemeenten op het brede terrein van de liturgie, zowel als het gaat om visieontwikkeling als in praktische zaken.

De nieuwe commissie evangelie & moslims is een voortzetting en uitbreiding van het deputaatschap evangelie & moslims. De commissie ondersteunt christelijke gemeenten in ons land om gelovigen uit de wereld van de islam van harte welkom te heten, om samen de rijkdom van het evangelie van Jezus Christus te leren kennen en daaruit leven.

De commissie geestelijke verzorging zet het werk voort van de NGK-commissie categoriaal pastoraat en het GKv-deputaatschap geestelijke verzorging militairen. Ze ondersteunt en begeleidt predikanten met een bijzondere opdracht voor geestelijke verzorging en eventueel andere werkers die van de kerken een zending voor professionele geestelijke verzorging hebben ontvangen.

De commissie seksueel misbruik in kerkelijke relaties (CSMKR) is de opvolger van het deputaatschap seksueel misbruik in kerkelijke relaties en de commissie meldpunt seksueel misbruik.

De commissie verzoening en recht zet zelfstandig het werk van de werkgroep verzoening en recht voort. De werkgroep bestond nog uit afvaardigingen vanuit DKE en CCS (zie bovenstaand bericht onder het kopje Eenheid). De nieuwe commissie heeft tot taak om alles in het werk te stellen om betrokken partijen met elkaar in gesprek te brengen om langs die weg recht, verzoening en vrede te bevorderen. Daarbij kan het gaan om wat er rond en de kerkscheuring in de jaren zestig is gebeurd, maar ook om ervaringen uit latere jaren die pijn en verdriet hebben veroorzaakt en die bijvoorbeeld aanleiding waren tot overgang van een GKv- naar een NGK-gemeente of omgekeerd.

De gezamenlijke commissie dovenpastoraat werkt vanuit NGK en GKv samen met de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Protestantse Kerk in Nederland in het Interkerkelijk DovenPastoraat (IDP).

De interkerkelijke commissie geschillenbehandeling ten slotte ondersteunt en adviseert gemeenten bij alle vragen die ontstaan als het in een gemeente niet goed loopt in de onderlinge verhouding en samenwerking tussen predikant, kerkenraad en gemeente.

Groeiende eenheid: impressie LV/GS

Groeiende eenheid: impressie LV/GS

De landelijke ontwikkelingen binnen een kerkgenootschap zijn voor veel kerkleden wellicht wat ‘ver van hun bed’. Maar voor alle besluiten die de landelijke vergadering (NGK) en de generale synode (GKv) het afgelopen jaar namen, geldt: ieder kerklid krijgt ermee te maken. Want deze twee kerkgenootschappen zetten grote stappen richting een gezamenlijke kerkgemeenschap. Een bijzondere ontwikkeling!

In onderstaande digitale brochure nemen de moderamina (dat zijn de besturen) je mee langs de hoogtepunten van de gezamenlijke landelijke vergadering/generale synode. Onderaan elk hoofdstuk staan vaak links naar downloads of verslagen, voor als je meer wilt weten over het betreffende besluit of onderwerp.

 

GKV NGK

Intensiever samenwerken

Intensiever samenwerken

In de afgelopen tijd is veel aandacht uitgegaan naar wat de generale synode van de GKv en de landelijke vergadering van de NGK samen doen op weg naar de hereniging van beide kerken. Maar ook in en tussen lokale kerken gebeurden er recent hele mooie dingen. Hieronder een aantal voorbeelden van plaatselijke ontwikkelingen.

In sommige gevallen, zoals in Amstelveen en Maassluis, moesten vanwege corona plannen voor nadere kennismaking op de lange baan worden geschoven, in andere gevallen leidden de coronamaatregelen juist tot een intensivering van de contacten. Onder meer in Dalfsen, Hardinxveld-Giessendam, Marknesse, Nieuwegein en Oegstgeest worden de kerkdiensten (online en/of fysiek) door GKv en NGK gezamenlijk gehouden; in Nieuwegein betreft het CGK/NGK Het Anker en GKv De Voorhof.

In Bunschoten-Spakenburg gaan de predikanten van GKv en NGK regelmatig voor in elkaars diensten. Ds. Maikel de Kreek van de NGK Doetinchem ging voor in de GKv Zutphen en ds. Jan van Houwelingen van die gemeente preekte in de NGK Doetinchem. Janneke Burger-Niemeijer (GKv) werd op 1 november bevestigd tot kerkelijk werker in de NGK Enschede en op 15 november werd ds. Geert van Dijk van de NGK Sliedrecht bevestigd tot (parttime) predikant van de GKv Sliedrecht. Beide gemeenten hopen in 2022 één gemeente te vormen. In Hardinxveld-Giessendam is NGK-predikant Johan Weij voor 30% verbonden aan GKv De Bron. De GKv Driebergen-Rijssenburg en de NGK Doorn zijn samen het beroepingspad ingeslagen.

Op 11 oktober ging NGK-krijgsmachtpredikant Karel Smouter, woonachtig in Breda en lid van de NGK Rijsbergen, voor het eerst voor in een kerkdienst van de GKv Breda. Zijn vader Karel Smouter was daar predikant, toen de gemeente in 1965 scheurde en dat maakte dit voorgaan bijzonder, zoals hij aan het begin van de dienst zelf zei. ‘Het stemt me dankbaar en het ontroert me diep dat ik hier zonder voorbehoud ben uitgenodigd.’

Recht, verzoening en vrede bevorderen

Recht, verzoening en vrede bevorderen

Verzoening tot stand brengen en recht doen zijn een kernopdracht van de kerk van Jezus Christus, klonk het drie jaar geleden in de Nieuwe Kerk in Kampen. Daar ontmoetten GS- en LV-afgevaardigden en andere leden van GKv en NGK elkaar en werd het proces van hereniging in gang gezet. Vanuit die overtuiging is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in contact met kerkleden die pijn lijden onder wat er in de jaren zestig en daarna is gebeurd. Leden van een door (GKv-)deputaten en (NGK-)commissie kerkelijke eenheid ingestelde werkgroep hebben in circa twintig gevallen geluisterd naar hun verhalen en gezocht naar wegen om recht te doen en verzoening te bewerken, soms met een aangrijpende en ontroerende uitkomst.

Recent hebben de GKv-synode en de landelijke vergadering van de NGK besloten om daar voor de komende jaren een vervolg aan te geven. Ze hebben een gezamenlijke commissie verzoening en recht ingesteld als aanspreekpunt waar kerkleden en kerkelijke vergaderingen ervaringen van onrecht kunnen melden. De nieuwe commissie heeft tot taak om alles in het werk te stellen om betrokken partijen met elkaar in gesprek te brengen om langs die weg recht, verzoening en vrede te bevorderen. Daarbij kan het gaan om wat er rond en de kerkscheuring in de jaren zestig is gebeurd, maar ook om ervaringen uit latere jaren die pijn en verdriet hebben veroorzaakt en die bijvoorbeeld aanleiding waren tot overgang van een GKv- naar een NGK-gemeente of omgekeerd. De commissie bestaat uit Erik de Boer, Heleen Hamelink, Mark Rietkerk en Menko Biewenga.

De commissie is bereikbaar op het mailadres verzoeningenrecht@ngk-gkv.nl.

Toenadering en verwijdering

Toenadering en verwijdering

Het onderwerp kerkelijke eenheid kent als schaduwzijde de nog steeds bestaande, soms zelfs groeiende verdeeldheid. Dat spanningsveld werd heel zichtbaar tijdens de gs/lv-clustervergadering waarin gasten van verwante Nederlandse kerkgenootschappen het woord voerden. Waar aan de ene kant de Protestantse Kerk Nederland (PKN) en de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN) toenadering zoeken en geïnteresseerd zijn in nadere kennismaking, raken de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) steeds verder buiten beeld. Vreugde en verdriet gingen op 31 oktober dus hand in hand.

Prof. dr. Martin den Heijer (voorzitter van deputaten kerkelijke eenheid van de CGK) was de eerste die de vergadering toesprak, en hij draaide er niet omheen: de band tussen zijn kerkgenootschap en de GKv en NGK is er de laatste jaren niet warmer op geworden. In het verleden waren er toenadering en vertrouwen, maar een aantal omstandigheden werken nu belemmerend. Den Heijer noemde het feit dat de CGK geen heil ziet in een gezamenlijke Gereformeerde Theologische Universiteit, het verschil van inzicht over de afvaardiging naar meerdere vergaderingen vanuit samenwerkingsgemeenten en het feit dat nu ook in de GKv ruimte is voor vrouwelijke ambtsdragers. ‘We zijn achterop geraakt,’ aldus Den Heijer, ‘en dat doet pijn.’ Tegelijk is er de realiteit dat ongeveer 1/3 van de CG-kerken onderdeel is van een samenwerkingsgemeente met NGK en/of GKv.
Voorzitter Frans Schippers riep in antwoord op de woorden van Den Heijer op om elkaar te blijven zoeken, om met elkaar in gesprek te blijven. En vooral: ‘Laten de plaatselijke kerken niet het kind van de rekening worden.’ Hij groette namens de lv/gs de broeders en zusters in de CGK.

Ds. Kersten Bijleveld is synodevoorzitter van de vGKN, een klein kerkverband van voorheen gereformeerd-synodale kerken die bij het ontstaan van de PKN als zelfstandig kerkverband verdergegaan zijn. Hij sprak de lv/gs-afgevaardigden toe en noemde de eenheid van het lichaam van Christus van het allergrootste belang. Ook de omvang van het kleine kerkverband, dat nu uit vijf plaatselijke kerken bestaat, noopt tot samenwerking met andere kerken. Met de NGK is inmiddels een oecumenisch akkoord gesloten. Zo’n band ook met de GKv aangaan ligt in de lijn der verwachting. Frans Schippers is blij om met de vGKN samen op weg te gaan en wenst hun Gods zegen.

Ten slotte sprak ook ds. Marco Batenburg, synodevoorzitter van de PKN. Hij is blij met de zoektocht naar eenheid. De PKN heeft de nodige ervaring met hereniging, ook dat er daardoor ruimte ontstond voor inhoudelijke verdieping en een meer missionaire focus. Hij refereert aan een gezamenlijke roeping en roept op om te investeren in ontmoetingen tussen christenen. ‘Het is hoog tijd om elkaar de hand te reiken. Wie bij Christus hoort, hoort bij elkaar.’ Batenburg wenste GKv en NGK, op weg naar hereniging, wijsheid, vreugde en volharding toe.

Behalve dat er ruimte was voor deze (digitale) ontmoetingen werden er door de vergadering ook besluiten genomen. Op 28 november vergaderen de landelijke vergadering en generale synode voltallig. Alle besluiten die in de respectievelijke clusters genomen zijn, worden dan definitief bekrachtigd, tenzij er vanuit (een van) de andere clusters zwaarwegende redenen zijn om erop terug te komen. De besluiten van 31 oktober betreffen onder andere het over en weer beroepen van CGK-predikanten in de GKv; het eerder genoemde oecumenisch akkoord met de vGKN en de instelling van een commissie Verzoening en Recht, om situaties tussen NGK en GKv uit het verleden die nog steeds pijn en verdriet opleveren, een plek te geven; het over en weer voorgaan van NGK-, PKN-, en GKv-predikanten in elkaars gemeenten en de deelname aan een nieuwe stuurgroep Nationale Synode. De besluiten zijn allemaal terug te vinden in het genoemde DKE/CCS-rapport.

De drie toespraken door gasten kunt u hier terugkijken/luisteren:

NGK/GKv naar de Raad van Kerken

NGK/GKv naar de Raad van Kerken

De Raad van Kerken noemt zich ‘een gemeenschap van 18 christelijke kerken en organisaties in Nederland’. Binnenkort wordt dat aantal naar verwachting uitgebreid naar 20, omdat de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) van plan zijn om zich bij de Raad aan te sluiten. Dat besluit namen de beide kerken op zaterdag 7 november jl. 

Tijdens de digitale vergadering voerde de voorzitter van de Raad van Kerken, Geert van Dartel, het woord. Hij noemde met dankbaarheid dat afstandelijkheid tussen de Raad van Kerken en de kleine gereformeerde kerken plaatsgemaakt heeft voor hartelijke relaties. De onderlinge ontmoetingen bieden de gelegenheid om in alle openheid door te spreken over verschil in opvattingen, en om samen te bidden. Ook kunnen de aangesloten Nederlandse kerken zo als daar aanleiding voor is een gezamenlijk signaal laten horen naar de overheid. Dhr. Van Dartel toonde zich verheugd over het voornemen van de NGK en GKv om als geassocieerd lid deel te gaan nemen aan de Raad. In de Raad van Kerken zijn veel ‘kerkfamilies’ vertegenwoordigd; deelname van de kleine gereformeerde kerken voegt echt iets toe.

Ds. Tiemen Dijkema is voorzitter van de gezamenlijke GKv-NGK-commissie die het besluit om toe te treden tot de Raad van Kerken voorbereidde. Hij memoreerde dat er in het verleden door de twee kerkverbanden veel is geïnvesteerd in contacten met nabije kerken. Nu wordt daarnaast gewerkt vanuit het besef dat Christus’ kerk, ook wereldwijd, veel groter is. Hij riep op ‘om bescheiden te zijn en nieuwsgierig naar het werk van Christus dat zich eerst wat buiten ons gezichts- en aandachtsveld afspeelde.’ Het wat linkse, activistische imago van de Raad van Kerken behoort tot het verleden, en tegelijk zijn bij de NGK en de GKv de ramen naar buiten toe verder opengezet. Om die twee redenen ziet DKE/CCS nu volop ruimte om deel te nemen aan beraden en overlegorganen, om zo de deelnemende kerkgenootschappen beter te leren kennen en over en weer van elkaar te leren.

De GKv en NGK zullen eind november naar verwachting het voorlopige besluit van 7 november bekrachtigen. Zij kiezen voor een zogeheten geassocieerd lidmaatschap. Zo kunnen zij de Raad van Kerken beter leren kennen zonder dat er overhaast tot lidmaatschap besloten wordt. Als geassocieerd lid kunnen kerken volwaardig participeren zonder dat ze daadwerkelijk lid zijn. Met deze vorm willen ze onder meer rekening houden met de Christelijke Gereformeerde Kerken, die nu geen ruimte zien om deze stap te zetten.

Lees hier de toespraak van dhr. Van Dartel.

Op de website van de Raad van Kerken kunt u zien wat de Raad zoal doet en wie er deel van uitmaken.

Fusie dienstverlenende organisaties

Fusie dienstverlenende organisaties

De Nederlands Gereformeerde Toerusting, het Praktijkcentrum en het Diaconaal Steunpunt zijn van plan om per 1 januari aanstaande samen te gaan in één dienstverlenende organisatie voor de kerken. Dat is de uitkomst van intensief overleg in het afgelopen jaar. Op veel terreinen werken de organisaties al intensief samen.

Tijdens de gezamenlijke clustervergadering van de synode (GKv) en landelijke vergadering (NGK) van 6 november jl. legden de drie organisaties hun rapporten voor aan de afgevaardigden. De bespreking daarvan verliep anders dan voorzien. Toen de drie instellingen in september 2019 hun rapporten inclusief concept besluitteksten aanleverden, was het gesprek over mogelijke samenwerking nog maar net gestart. Die besprekingen en nadere kennismaking verliepen daarna zo voortvarend, dat er in maart 2020 een intentieverklaring tot samenwerking werd opgesteld. Door de vertraging in besluitvorming ten gevolge van corona raakten besturen en medewerkers geïnspireerd om te proberen nog in deze gs/lv-periode een stap verder te zetten.  Roel Meijer van deputaten diaconale zaken sprak dan ook van een rijdende trein en vroeg de afgevaardigden zo sportief te willen zijn om erop te springen. Een nieuwe naam voor de samenwerkende instellingen is overigens nog niet gevonden. Dr. Cors Visser is recent aan de slag gegaan als nieuwe directeur van het Praktijkcentrum; hij is de beoogde directeur van de nieuwe organisatie.

In de reacties op het fusieplan overheerste het enthousiasme over het feit dat men elkaar gevonden heeft en de snelheid waarmee dit gepaard gaat.

Hoewel de bestuurders van de instellingen aangaven dat er nog wel wat losse eindjes liggen op het vlak van inkomsten en bijdrage van lokale gemeenten, hopen zij voor de plenaire vergadering van GS en LV (gepland voor 28 nov. a.s.) met een voorstel te komen. Dan zal ook de afweging gemaakt worden over de totale financiering voor de komende jaren, in samenhang met het financiële meerjarenperspectief dat de commissie strategie en financiën heeft geschetst.

Lees hier de intentieverklaring beoogde samenwerking