FAQ

Veel gestelde vragen

Over de eenwording van NGK en GKv leven binnen de kerken vragen. Soms worden die rechtstreeks aan de Regiegroep gesteld, soms komen we ze op een andere manier op het spoor. We pakken een paar van die vragen op en voorzien ze van een antwoord.

Hoe groot zijn GKv en NGK eigenlijk?

De GKv telt ca. 115.000 leden met 259 gemeenten en 264 dienstdoende predikanten. De NGK heeft ca. 33.000 leden met 88 gemeenten en 79 predikanten in actieve dienst. De grootste NGK-gemeente is die in Houten met 1985 leden, de kleinste die in Sleeuwijk met 36 leden; in de GKv is Spakenburg-Zuid met 2254 leden de grootste en Ten Post met 37 leden de kleinste.

Wordt de kleine NGK niet gemakkelijk overvleugeld door de grote GKv?

Er is inmiddels tientallen jaren ervaring opgedaan met samenwerkingsgemeenten van CGK, GKv en/of NGK met sterk verschillende getalsverhoudingen: soms is de GKv daarin (veruit) de grootste, soms de CGK, soms de NGK.  Juist bij ongelijke getalsverhoudingen is men er vaak extra op gespitst om het oecumenisch karakter van het samenwerkingsverband te bewaren en dominantie van de grote partner over de kleinere te voorkomen. Bovendien is de ervaring in samenwerkingsgemeenten dat kerkelijke discussies zelden verlopen langs de lijnen van de oorspronkelijke ‘bloedgroepen’. Die plaatselijke ervaring geeft vertrouwen voor de landelijke eenwording. Goede kerkordelijke afspraken, alert zijn op cultuurverschillen en vooral oog hebben voor ‘het belang van de ander’ (Filipp. 2) zijn daarbij belangrijk. 

Moet landelijke eenwording van NGK en GKv leiden tot plaatselijke eenwording?

Het is mooi als gemeenten elkaar vinden in de eenheid in Jezus Christus en besluiten om samen verder te gaan. Waar dat is gebeurd, klinken enthousiaste verhalen over wat God daarin geeft. Maar dat laat zich niet afdwingen. Het moeten eigen keuzes zijn van zelfstandige gemeenten. Zij gaan daarover. Er is en er komt dus geen verplichting om op korte of lange termijn plaatselijk één gemeente te worden. Op het gebied van plaatselijke samenwerking en integratie kan er veel, maar er moet niets. Probeer als gemeenten vooral samen een antwoord te zoeken op de vraag: wat dient Gods Koninkrijk in onze plaatselijke situatie? Zie verder de Handreiking Plaatselijke Samenwerking met tal van tips en adviezen.

Gaat het niet opeens heel snel met de eenwording?

Dat ligt er aan hoe je het bekijkt. Vanaf 2017, toen beide kerken gezamenlijk het verlangen uitspraken om één kerkgemeenschap te gaan vormen, gaat het inderdaad snel: plaatselijk zoeken steeds meer gemeenten contact met elkaar en het enthousiasme waarmee en het tempo waarin landelijke commissies en deputaatschappen elkaar vinden, is opmerkelijk. Op de tafel van de GKv-synode en de landelijke vergadering van de NGK liggen tal van voorstellen om het proces van eenwording voort te zetten en daar invulling aan te geven.

Hoogtepunt was het besluit van de Landelijke Vergadering van de NGK in 2014 om aan de GKv een ‘huwelijksaanzoek’ te doen: ‘Wij willen op termijn één kerk met jullie vormen.’ In 2017 zei de GKv-synode ja op dat aanzoek.

Maar de huidige ontwikkelingen hebben een lange aanloop gekend. Ook al vóór 2017 was Gods Geest aan het werk en groeiden GKv en NGK steeds meer naar elkaar toe. Vanaf 2000 is de herkenning van de eenheid in Jezus Christus doorgebroken, zijn de verschillen tussen GKv en NGK steeds kleiner geworden en is in intensieve gesprekken de ene na de andere barrière voor kerkelijke eenheid geslecht. Daar is steeds aan de kerken verslag van gedaan en op synodes en landelijke vergaderingen over gesproken en besloten. Hoogtepunt was het besluit van de Landelijke Vergadering van de NGK in 2014 om aan de GKv een ‘huwelijksaanzoek’ te doen: ‘Wij willen op termijn één kerk met jullie vormen’. In 2017 zei de GKv-synode ja op dat aanzoek.

Betekent eenwording van GKv en NGK dat het contact met andere kerken en kerkgemeenschappen buiten beeld raakt?

Nee, beslist niet. De roeping om de eenheid te zoeken met ieder die Jezus Christus liefheeft, eindigt niet bij onze naaste familie. We hebben als GKv en NGK niet alleen oog voor elkaar. De praktijk laat eerder het tegenovergestelde zien. Er zijn tal van samenwerkingsverbanden met CGK-gemeenten;  die willen we eerder uitbreiden dan opofferen. Daarnaast wordt er door GKv- en NGK-gemeenten in steeds vaker hartelijk samengewerkt met gemeenten die tot de PKN behoren of met Evangelische  of Baptistengemeenten om mensen in stad, dorp of wijk in woord en daad met de liefde van Christus te bereiken.

Waarom gaan we niet gelijk samen met de PKN?

De contacten met geloofsgenoten en verwante gemeenten in de PKN zijn vaak zo hartverwarmend dat ze het verlangen wekken om samen met hen in één kerk te zitten. Op plaatselijk vlak is dat soms al mogelijk, maar landelijk is dat ingewikkelder. Het belangrijkste is de grote diversiteit in belijden binnen de PKN: van orthodox tot vrijzinnig. Ook de centrale aansturing in de PKN maakt toetreding tot dit kerkverband moeilijk. Intussen werken GKv en NGK via het vijfkerkenoverleg en de Raad van Kerken steeds intensiever met de PKN samen. Sinds enkele jaren kunnen PKN-predikanten onder voorwaarden in de NGK voorgaan; een vergelijkbaar voorstel ligt op de tafel van de GKv-synode. In de praktijk gebeurt dat trouwens al.

Eén gedachte over “FAQ

  • 17 januari 2020 om 15:14
    Permalink

    Er wordt gesproken van het vormen van ‘één kerk’ door de GKv en de NGK. Dat wekt de indruk dat de GKv nu een kerk is evenals de NGK. Die indruk wordt versterkt bij het noemen van het aantal leden dat beide ‘kerken’ hebben. Ook de vergelijking met een huwelijk wijst in die richting, evenals het spreken van ‘gemeenten’ als in onderscheid van het landelijk verband de plaatselijke kerk wordt bedoeld.
    Voor mijn besef gaat hier iets fout. GKv staat voor Gereformeerde Kerken (mv) vrijgemaakt en NGk voor Nederlands Gereformeerde Kerken (mv). Het gaat dus om een eenwording van kerkgemeenschappen of kerkverbanden, Niet voor niets spreekt de concept kerkorde (kerkenorde?) over de plaatselijke kerken als ‘kerken’. De Toelichting spreekt van kerkgemeenschappen wanneer de landelijke verbanden worden bedoeld.
    In verband met de PKN wordt gesproken van ‘centrale aansturing’ als een probleem. Maar dreigt niet het gevaar dat de eenwording van de GKv en de NGK daar ook toe zal leiden? Het spreken van het landelijke verband als de ‘kerk’ geeft daartoe gemakkelijk aanleiding. Het lijkt mij trouwens toe dat de concept kerkorde daar zelf ook niet helemaal vrij van is.
    Ik wil ervoor pleiten dat de plaatselijke kerk meer als uitgangspunt wordt gezien en dat voor het regionaal en landelijk niveau consequent van samenwerking van kerken wordt gesproken. Op de regiovergadering en de synode komt niet de ‘kerk’ bijeen maar een aantal kerken in hun vertegenwoordiging.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *