Kerkorde: ‘Zoek hulp en wijsheid bij elkaar.’

Ze zijn blij dat de klus van het werken aan een nieuwe kerkorde er voor dit moment op zit, maar hopen tegelijkertijd dat de kerken hen via hun reacties op de kerkorde met veel nieuw werk zullen opzadelen. ‘Ik vind het mooi werk om met de kerkorde bezig te zijn, maar zit niet vast aan deze tekst. Als er op onderdelen brede kritiek zou komen, gaan we ontspannen kijken hoe het anders kan’, zegt Kornelis Harmannij, predikant van de GKv Eindhoven-Best en de belangrijkste penvoerder in de Werkgroep Toekomstige Kerkorde (WTK). Hij was ook nauw betrokken bij het maken van de nieuwe kerkorde van de GKv. Die dateert van 2014 en de inkt daarvan is dus nauwelijks droog, maar Harmannij heeft geen moeite met veranderingen ten opzichte van zijn vorige geesteskind. ‘Kerkrecht is immers levend recht en een kerkorde is nooit bedoeld voor de komende vijftig jaar’. WTK-voorzitter Jan van Dijk, actief in de NGK Oegstgeest, benadrukt dat de kerken in het komende halfjaar ‘echt de ruimte hebben om commentaar op de kerkorde te leveren en nieuwe dingen voor te stellen. Over sommige dingen hebben wij zelf geaarzeld – hoe verwoord je bijvoorbeeld het missionaire karakter van de kerk? – en dat uiteindelijk niet opgeschreven. Maar bij een stevig draagvlak in de kerken is er ruimte om een stap verder te zetten’.

Trefwoorden

Kernachtig, leesbaar, praktisch, christelijk: dat zijn volgens Kornelis Harmannij kenmerken van de nieuwe kerkorde voor de kerkgemeenschap, waarheen GKv en NGK samen onderweg zijn. ‘Ik zeg ook heel bewust: christelijk, al lijkt dat vanzelfsprekend. Een kerkorde, ook deze kerkorde is niet afdwingbaar en we dreigen ook niet met sancties voor wie zich er niet aan houdt. Beslissend is: we hebben elkaar in Christus gevonden en dus zijn we trouw aan elkaar. Die verbondenheid in Christus is de kern’. Gevraagd naar zíjn trefwoorden voor de nieuwe kerkorde noemt ook Jan van Dijk ‘verbondenheid’: ‘Vanuit de liefde van Christus en onze liefde voor elkaar nemen we als kerken verantwoordelijkheid voor elkaar. We zoeken hulp en wijsheid bij elkaar en ondersteunen elkaar. Probeer niet alle problemen zelf op te lossen, maar betrek je zusterkerken er bij’. Een belangrijk kenmerk van de kerkorde is volgens hem ook ‘recht doen. Kerken en kerkleden vinden vaak dat er teveel regels in de kerk zijn. Maar besef : buiten de kerk vinden we de rechtsstaat belangrijk en binnen de kerk heb je de parallel daarvan ook nodig: rechtszekerheid, zorgvuldige procedures, onpartijdigheid’. Ten slotte noemt hij openheid als kenmerk van de nieuwe kerkorde: ‘Groeiende openheid naar andere kerken bijvoorbeeld, ook als daarmee flinke verschillen zijn en geen kerkelijke eenheid mogelijk is, is in deze kerkorde royaler geformuleerd dan in de huidige kerkordes’.

Besef van eigen beperktheid

Beide WTK-leden moeten niets hebben van de idee dat een kerkorde maar een knellend ding is en dat kerken zonder kerkorde beter af zijn. In de toelichting schrijven ze: ‘Een goede kerkorde zal geen mogelijkheden bieden voor klemmende overheersing, maar die juist tegengaan. De oplossing is daarom niet dat de kerken genoegen nemen met een minimale of zelfs geen kerkorde. Juist anarchie brengt dictators voort. Dat beseffen ook de NGK, gezien hun AKS. Beter is het om via de kerkorde regels te stellen die het bederf in de kerk tegengaan en voorkomen dat eigenwijze lieden hun wil aan anderen opleggen. Daarmee geeft de kerkorde uitdrukking aan wat Matteüs 23 : 8 optekent uit de mond van Jezus: ‘Jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters’. Het samen aanvaarden van een goede kerkorde is uiting van eenzelfde besef als klinkt in de laatste vraag van het klassieke belijdenisformulier: erken je dat je anderen nodig kunt hebben om bij Christus te blijven? Het is een gelovig besef van eigen beperktheid wanneer kerken bij voorbaat zeggen: wij laten ons zo nodig corrigeren door onze zusterkerken in de Heer’.

Vernieuwing

Harmannij en Van Dijk kunnen zich voorstellen dat wie op grootscheepse vernieuwingen in de kerkorde had gerekend, teleurgesteld is. ‘We hadden zelf wel het vernieuwende voorstel willen doen dat de predikant geen lid is van de kerkenraad, maar de kritiek van de kerkrechtexperts daarop was zo breed dat we dat uiteindelijk hebben geschrapt’, aldus Harmannij. ‘Maar los daarvan: kerkrecht is voor een belangrijk deel volgend recht. Een kerkorde stuurt de ontwikkelingen in de kerken niet, al kan ze soms iets bijsturen, maar geeft ruimte voor bezinning in de kerken en sluit met enige vertraging aan op inhoudelijke keuzes die door de kerken gemaakt worden. Laat de discussie over nieuwe vormen van kerkzijn of van kerkregering eerst in de kerken gevoerd gaan worden. Als dat tot heldere uitkomsten leidt die breed worden gedragen, kunnen ze alsnog in de kerkorde een plaats krijgen’.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de positie van predikanten die kerkbreed in discussie is. Van Dijk:‘ Wij vonden het te vroeg om dat in deze kerkorde te laten stollen. Wat ons betreft is dat toekomstmuziek. Eerst moet de discussie daarover veel meer uitkristalliseren en moeten de kerken keuzes maken over de inhoud: wat willen we rond de ambten, de verhouding predikant-kerkenraad, hbo-predikanten, werken in teams etc. Vervolgens moet je er ook nog wat ervaring mee op doen. En pas daarna ga je het in de kerkorde opschrijven’. Harmannij herinnert aan de waarschuwing van Bas Plaisier en Barend Wallet, gestaalde kaders in het Samen-op-Weg-proces dat leidde tot de vorming van de PKN: ‘Het samengaan van kerken is al ingewikkeld genoeg. Belast dat niet met allerlei grote vernieuwingen’.

Ruimte

Geen radicale veranderingen dus in de nieuwe kerkorde. ‘Er is voortgebouwd op de grondprincipes die achter de bestaande kerkordes liggen’, zegt Van Dijk.  Zowel hij als Harmannij signaleren dat de nieuwe kerkorde meer ruimte kent voor plaatselijke gemeenten om in hun concrete situatie te doen wat nodig om als kerk van Jezus Christus te functioneren en wat de opbouw van de gemeente vereist. ‘Op de avonden van de regiegroep in het land hebben we die behoefte sterk geproefd: in NGK-kring, maar ook bij GKv-gemeenten’, aldus Harmannij. Volgens hem past dat ook bij het gereformeerde kerkrecht. ‘Dat is niet bedoeld om elkaar de wet voor te schrijven, maar om te zorgen dat je elkaar weet te vinden en kunt verstaan. Landelijke regelgeving mag wel inzetten op eensgezindheid en onderlinge herkenbaarheid, maar niet op afgedwongen uniformiteit ’. Volgens Van Dijk sluit die grotere ruimte voor gemeenten aan bij de gegroeide praktijk in NGK en GKv. Maar hij benadrukt: ‘Maak plaatselijk niet zomaar je eigen keuzes, alsof je niets met anderen te maken hebt, maar blijf de verbondenheid met je zusterkerken zoeken’.

Als het gaat om de omgang van plaatselijke gemeenten met besluiten van kerkelijke vergaderingen als synode en regionale vergadering (de nieuw voorgestelde naam voor de classis), ziet Van Dijk de kerkordelijke bepalingen daarover ‘helemaal in lijn met 75 jaar Vrijmaking: Geen bovenschriftuurlijke bindingen en gewetensdwang, wel loyaliteit en betrouwbaarheid’.

Hartenkreten

Een paar hartenkreten ter afsluiting.

Kornelis Harmannij: ‘Mensen wijzen er op dat de kerken leeglopen en in of uit elkaar vallen. Dat zie ik ook. Maar ik geloof dwars daar tegen in dat God in zijn kerk mensen bij elkaar brengt. Al hebben andere mensen geen fiducie meer in de kerk, dat geloof doet mij bezig zijn met de opbouw van zijn kerk. Werken aan een kerkorde past daar voluit bij’. En volgens Jan van Dijk is het maken van een kerkorde pas deel één van het verhaal: ‘Je kunt in een kerkorde regelen wat je wilt, maar zonder wijsheid in de omgang ermee wordt het niks’.

Downloads om na te lezen:
Aanbiedingsbrief aan de kerken
Tekst van de Concept-kerkorde
Algemene en artikelsgewijze toelichting

Eén gedachte over “Kerkorde: ‘Zoek hulp en wijsheid bij elkaar.’

  • 13 juni 2019 om 16:47
    Permalink

    Ik lees dat de kerkenraad bestaat uit de predikant en de ouderlingen.
    In ‘mijn’ NGK-gemeente horen de diakenen bij de kerkenraad, en voor zover ik weet is dat in overeenstemming met het AKS van de NGK. Ik ben eigenlijk ook niet anders gewend.
    Al weet ik van één NGK-gemeente die enkele jaren geleden besloot dat diakenen niet bij de kerkenraad zouden horen.
    Ik vraag me af waarom er is gekozen voor het niet-lid zijn van diakenen van de kerkenraad.
    Is het niet mogelijk om dit over te laten aan de plaatselijke gemeenten?
    Ik ga er eigenlijk van uit dat NGK-gemeenten waar diakenen tot de kerkenraad behoren niet zullen besluiten om de diakenen daar geen deel meer van uit te laten maken.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *