Middagprogramma

image_pdfimage_print

’s Middags is er gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan. In de vorm van een workshop die het Praktijkcentrum en Toerusting NGK hebben gemaakt, worden de aanwezigen uitgedaagd met elkaar in gesprek te gaan.

In kleine groepen van 3 tot 5 mensen verdelen de mensen zich over de zaal. Al snel ontstaan er diepgaande gesprekken. Pijn uit het verleden, maar ook hoop voor de toekomst worden gedeeld. De eerste opdracht waaruit de workshop is opgebouwd, is om ervaringen met elkaar te delen die te maken hebben de GKv-NGK.  Dat mag een mooie ervaring zijn, maar ook een bittere of verdrietige. De deelnemers krijgen daarbij de instructie vooral naar elkaar te luisteren. Het gaat niet om het feitelijke verhaal, maar over hoe de ander het ervaren heeft.

Kruik en weegschaal
Nadat iedereen zijn verhaal heeft kunnen doen, wordt er nagedacht over wat we vervolgens met deze ervaringen kunnen. Is er nog iets op te lossen? Kan er recht worden gedaan, is er verzoening nodig of kan de ervaring alleen nog bij God gebracht worden, omdat er door mensen niets meer is op te lossen?  In dat laatste geval, wanneer mensen het niet kunnen oplossen en je het  alleen nog maar bij God kunt laten, schrijven de deelnemers hun ervaring op een papier dat ze in een grote kruik stoppen. Daar waar nog verzoening mogelijk is, worden de deelnemers opgeroepen elkaar de hand te geven en zich uit te spreken.
Als je ervaring roept om gerechtigheid, als er nog recht gedaan kan worden, dan is het goed om dit kenbaar te maken. Wat zou bijvoorbeeld de synode of kerkenraad kunnen oppakken om het op te lossen? Concrete gedachten hierover schrijven de deelnemers op een briefje dat ze vervolgens op een weegschaal leggen die voor in de kerk staat.

Verlangen voor de kerk
Zo staan er twee symbolen op de tafel waaraan ’s avonds avondmaal gevierd zal worden: de kruik en de weegschaal. Daaraan wordt nog een derde toegevoegd. Op het witte tafelkleed mogen de mensen opschrijven wat hun verlangen is voor de gezamenlijke kerk. Wanneer dit gedaan is en het kleed beschreven is, wordt de kruik op de tafel gezet. De kruik vol met de pijn en tranen van dingen die gebeurd zijn, maar die niet meer op te lossen zijn. Deze kruik wordt verzegeld. Dit symbolisch opvangen van de vergoten tranen verwijst naar Psalm 56:9-12: “Mijn omzwervingen hebt u opgetekend, vang mijn tranen op in uw kruik. Staat het niet alles in uw boek? In het uur dat ik u aanroep wijken mijn vijanden, want dit weet ik: God staat mij terzijde. Op God, wiens woord ik prijs, op de HEER, wiens woord ik prijs, op God vertrouw ik, angst ken ik niet, wat kan een mens mij aandoen?”

De briefjes die op de weegschaal liggen, worden na afloop van de workshop aangeboden aan de twee voorzitters Melle Oosterhuis en Willem Smouter. Zij zullen de suggesties die op de briefjes staan ter harte nemen en deze een plaats geven in het proces van samengaan.