Voorzitters over de contouren van een nieuwe kerk

Het is dik aan tussen de GKv en de NGK. Een eerste gezamenlijke landelijke bijeenkomst ligt in het verschiet. Is de verloving nu een feit? ‘Het ligt anders: dit gaat om het herstel van een verbroken huwelijk. Dat maakt het urgenter, maar het is ook de reden om voorzichtig stappen te zetten.’ Een gesprek met Willem Smouter en Melle Oosterhuis, respectievelijk voorzitter van de Landelijke Vergadering van de NGK en voorzitter van de Generale Synode van de GKv.

‘Eigentijds, missionair, Bijbelgetrouw en confessioneel’

Willem Smouter en Melle Oosterhuis (rechts)

De synode van de GKv heeft de toenadering tussen beide kerken in een stroomversnelling gebracht. De synode was veelbesproken, vooral door het besluit om vrouwen toe te laten tot de ambten. Daar volgde een stroom reacties op. De toenadering tot de NGK blijkt minder gevoelig te liggen. Melle: ‘Ik heb daarover geen e-mails gekregen van verontrusten. Wel heel veel enthousiasme en steunbetuigingen. Of dit proces zonder kleerscheuren kan, zonder kerkleden of kerken die het niet meemaken? Dat is nauwelijks te voorkomen, bij welke keuze dan ook. Maar ik heb goede hoop dat we de kerken meekrijgen. Ik denk dat we zo historisch winst kunnen boeken voor de zaak van Christus.’

Willem, hoe zijn de reacties aan de kant van de NGK?
Willem: ‘Nu de weg openligt voor toenadering zie ik dat hier en daar oud zeer opspeelt. Ik zie koudwatervrees bij sommigen. Ze zijn bang dat alsnog “al die kerkelijke regels” terugkomen. Ik denk dat we ons daar niet door moeten laten leiden. We moeten wel goed nadenken over wat we willen bereiken. Willen we dat we allemaal volgens een samen afgesproken manier moeten denken of geven we elkaar ruimte? Ik pleit voor ruimte.’

En diegenen die het verleden echt met zich meedragen?
Willem: ‘Ik denk dat we nu zover zijn om de pijn en wat er fout is gegaan wel te benoemen, maar niet langer naar één kant. We zaten samen in een klimaat waarin je keihard met elkaar omging. Zeker, er is verschil tussen de slachtoffers en degenen die gemeenten wegriepen bij hun kerkenraad en predikant. Maar die harde cultuur hadden we beiden. Historicus Ab van Langevelde noemt dat de “greep van het absolute”. We hadden allemaal ontzettend gelijk, vonden we. Deafgelopen jaren is er in allerlei situaties vaak schuld uitgesproken. Wat blijft, is dat je nu samen vanuit verootmoediging en schaamte terugkijkt op het verleden.’
Melle: ‘Mijn ervaring is dat het in lokale samensprekingen goed is om eerlijk naar de kerkgeschiedenis te kijken. De vraag over schuld belijden hoort daar een plek in te hebben. In Ede is dat gedaan. We kwamen nader tot elkaar. De weduwe van ds. Roukema, die toen als ontrouwe herder terzijde is geschoven, was nog in leven. Bezwaarde broeders hadden de gemeente weggeroepen bij de ontrouwe kerkenraad. We zijn toen in die historie gedoken en hebben gezegd: dat is fout gegaan. Maar we realiseerden ons dat schuld belijden goedkoop kan zijn als je zelf niet betrokken was. Van de drie broeders die de gemeente achter de kerkenraad hadden weggeroepen, waren er nog twee in leven. Met hen zijn we tot een gezamenlijke formulering van schuldbelijdenis gekomen. Dat was een doorbraak. In zo’n proces zit je soms met tranen in de ogen: hoe heeft dit zo kunnen gaan?’

Nu dus een allereerste gezamenlijke vergadering. Wat is de bedoeling?
Willem: ‘We gaan op 11 november met veel mensen van binnen en buiten onze kerken in gesprek over wat er in de kerken leeft. We vergaderen in de Nieuwe Kerk in Kampen en in de Theologische Universiteit, plekken waar veel gebeurd is. Nu willen we daar uitstralen dat we elkaar willen vinden. In de middag willen we spreken over twee formele besluiten: het officiële voorstel om naar kerkelijke eenheid toe te werken en de vorming van een regiegroep die dat proces moet begeleiden.
’s Avonds sluiten we af met een dienst inclusief avondmaalsviering. Iedereen is welkom. Misschien is niet het hele dagprogramma openbaar, daar kijken we nog naar. Maar dan is er een  parallelprogramma met ruimte voor ontmoeting.’

Stel dat er over een aantal jaren een nieuwe, gezamenlijke kerk is. Hoe gaat dat dan plaatselijk? Moeten gemeenten gaan mixen?
Melle: ‘De situatie kan zich voordoen dat kerkelijke eenheid op lokaal niveau een brug te ver is. Dat gaan we ook niet van bovenaf opleggen. Gemeenten kunnen voor zichzelf de tijd en de ruimte nemen om daarnaar toe te groeien. Het moet vooral van de lokale situatie afhangen wat er gebeurt. Is het gezond voor het kerkelijke leven om te gaan mixen? Of is het vruchtbaarder om in bestaande gemeenten verder te gaan? In het laatste geval kun je elkaar wel tot een hand en een voet zijn.’
Willem: ‘Het probleem is niet of gemeenten zelfstandig verder kunnen gaan. Dat kan gewoon. Het probleem is eerder dat er heel veel kerken zijn die al zijn gefuseerd, terwijl we dat nog niet goed geregeld hebben. De fusie van de NGK en de GKv is geen ontwikkeling die door een synode in werking is gezet. Dit is een ontwikkeling die volgt op wat er plaatselijk gebeurt. In allerlei plaatsen bestaat nu al een fusiekerk. Intussen moeten ze voor de kerkelijke afdrachten toch ergens in een bakje bijhouden wie bij de GKv hoort en wie bij de NGK.’

Gaat het lukken om in 2023 een kerkverband te vormen?
Willem: ‘Dat jaartal heeft gecirculeerd, maar daar bestaat geen afspraak over. Wij zijn bezig met een proces waarin we met blijdschap zien wat God doet. We haken daarop in. Ik ben dankbaar voor het klimaat waarin dit kan en ik wil er graag aan bijdragen.’
Melle: ‘Het is logisch dat je ook nadenkt over een termijn. Maar daar zijn we nog niet uit. Het is een vloeiend proces, waarin af en toe een momentum zal zijn. Ik mag wel zeggen dat ik met hart en ziel gebeden heb en er ook aan heb meegewerkt dat we hier zouden komen. Ik loop dagelijks rond als  en dankbaar mens. Ik zie met blijdschap uit naar 11 november, het startpunt van het proces.’

Wat is de grootste uitdaging voor de nieuwe, gezamenlijke kerk?
Melle: ‘Ik denk om eigentijds, met missionair elan en maatschappelijk betrokkenheid een bijbelgetrouwe, confessionele kerk te zijn. We willen graag wat waardevol is rechtovereind houden. Tegelijk willen we de mogelijkheid om winst te boeken maximaal uitbuiten. Ik denk zelf dat op het vlak van eigentijdse vormgeving in onze kerken nog een wereld te winnen is. Op het vlak van missionaire gerichtheid en maatschappelijke betrokkenheid zie ik beweging. Tegelijk mogen we de rijkdom van onze historische erfenis onder ogen zien. Wat mij betreft zit die rijkdom in het  verbondsmatig gereformeerd zijn en de daarmee gegeven gereformeerde theologie. Daarmee onderscheiden we ons in de christelijke wereld. We hebben een boodschap: denk vanuit de soevereiniteit van God. Leef vanuit de rijkdom en zekerheid van het verbond. In contacten wereldwijd maak ik het echt anders mee.’
Willem: ‘Ik denk dat we een kerk nodig hebben waarin een stevige gereformeerde prediking en een open evangelische spiritualiteit met elkaar verbonden worden. Maar de grootste rijkdom van deze nieuwe kerk is Jezus Christus en zijn offer. Ik maak me niet druk om de vraag hoe we ons onderscheiden van andere christenen. Het verhaal van Jezus, van zijn genade en waarheid, van het verbond in zijn bloed, is zo’n uniek verhaal. Daar kom ik het verst mee.’

Hebben jullie tegelijk nog een open blik naar andere kerken?
Willem: ‘Binnen de christelijke familie zijn de NGK en de GKv elkaars naaste verwanten. Je gaat je eerst verzoenen met je naaste. Ik hoop dat we dat zo snel mogelijk doen. Dat kan inspireren om je constructief op te stellen in de gemeenschap van de bredere christenheid.’
Melle: ‘Ik denk meteen aan onze relatie met de CGK. Dat is de volgende naaste verwante.’
Willem: ‘Voor beide kerken zijn dat de oudste contacten die we hebben. Die willen we niet kwijt.  Maar dat is niet het laatste, de kerk is breder. Er bestaan al gemeenschappelijke kerken waar ook de PKN bij betrokken is. De kerkelijke muurtjes zijn kniehoog geworden. Dat is een werkelijkheid waarmee we nog moeten leren omgaan, maar het is wel de werkelijkheid.’
Melle: ‘De relatie met de CGK is misschien niet gemakkelijker geworden. Het besluit om vrouwen toe te laten tot de ambten kan meer verwijdering geven. Daar liggen dus uitdagingen, maar die hebben niets te maken met de hereniging tussen de GKv en de NGK. Beide kerken hadden al veel meer contacten dan onze bilaterale contacten. Gelukkig zijn er veel plekken waar toenadering en ontmoeting met de CGK plaatsvindt. En laten we eerlijk zijn: ook de NGK en de GKv verschillen van elkaar.
De grote uitdaging voor ons als GKv zal zijn om met die verschillen om te gaan. Hoe kunnen we plaatselijke kerken in de vormgeving van de erediensten maximale ruimte geven om zichzelf te zijn? Wat is de plek van praktiserende homoseksuelen? Daar zullen we over moeten nadenken. Ik wil gemeenten graag de ruimte geven om maximaal in de vrijheid te staan. Tegelijk denk ik dat het goed is om na te denken over hoe je met elkaar omgaat binnen een kerkverband. Welke betekenis heeft dat voor lokale kerken? Kunnen we samen loyaal zijn aan de kerkgemeenschap die je met elkaar vormt?’

Willem, wat waardeer je in de GKv?
Willem: ‘Ik vind het mooi hoe intensief binnen de vrijgemaakte wereld wordt gesproken en nagedacht. Of het nu gaat over de positie ten opzichte van de evangelische beweging, de discussie over ambten en man/vrouw of onze roeping voor een zorgzame omgang met het milieu, ik kijk met enige jaloezie naar de bezinning en toerusting daarover binnen de GKv. Dat mis ik in onze kerken. We zijn natuurlijk ook een stuk kleiner.
Ook in de NGK zie ik allerlei ontwikkelingen: variatie in muziek in de erediensten, het feit dat het minder vanzelfsprekend is om rond je achttiende belijdenis te doen, de tweede dienst die niet meer vanzelf spreekt, kerkelijke perforatie. Allemaal thema’s die op het bordje van elke gemeente liggen. Maar wij hebben niet de capaciteit en de cultuur om er goed over na te denken. Op dat vlak wil ik graag leren. Ik herinner me spraakmakende themabijeenkomsten in de GKv over verschillende onderwerpen. Dat is een teken van een functionerend kerkverband.’

Melle, wat waardeer jij in de NGK?
Melle: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat er in de NGK een gezonde christelijke intuïtie bestaat, die  de functie van kerkelijk kompas heeft. Je moet regels hebben in de kerk, maar ook christelijke nuchterheid en intuïtie, die je helpen om met die regels om te gaan. Het heeft ook wel met een gezond relativeringsvermogen te maken, waardoor je in allerlei situaties een ander eens het voordeel van de twijfel kunt geven. Dat je iemand barmhartigheid bewijst in plaats van afhoudt van het avondmaal. Geen Konsequenzmacherei. Ik zou willen dat dat een kenmerk wordt van deze nieuwe kerk. Ik heb het niet over vrijheid blijheid. Ik wil in het licht van de Bijbel dingen benaderen. Daar horen exegese, historie en confessie bij, maar ook de vraag hoe Jezus zou handelen. De fijngevoeligheid van Filippenzen 1:9, dat is waar het op aankomt.’
Willem: ‘Er zit ook wel een keerzijde aan. Het lastige bij ons is dat te weinig mensen de verantwoordelijkheid voor het hele kerkverband meevoelen. Het is charmant zoals we veel dingen regelen. Maar het is niet houdbaar. Pas als er iets fout gaat, vragen we ons af hoe het landelijk geregeld is. Ik hoop dat we daar verder in komen. Gezonde regels en afspraken zijn nodig. Gelukkig is er al een proces gaande waarin we steeds vaker dingen samen doen.’
Melle: ‘Zorgvuldige regelgeving is goed. Maar als je doorschiet, kom je terecht in kerkelijk formalisme. Als jonge dominee heb ik me daar denk ik ook wel schuldig aan gemaakt. Ik verbeeld me dat ik er los van gekomen ben. Het hart van het kerkverband kan niet in een kantoor gestopt worden.’

Waar hebben we het kerkverband echt voor nodig?
Melle: ‘Om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen, bijvoorbeeld voor de universiteit. Maar ook voor alle onderlinge contacten en organisatie.’
Willem: ‘Zonder kerkverband gaat het niet. Aan het samen kerk zijn zitten heel gewone kanten: je hebt te maken met de ANBI-erkenning, gemeenten moeten cijfers publiceren, pensioenen van predikanten moeten geregeld worden enzovoort. Het Steunpunt Kerkenwerk kan op allerlei vlak adviseren.’

Wanneer gaan we de verkeerde kant op in het fusieproces?
Willem: ‘Als we een dichtgetimmerde organisatie hebben waar niemand een band mee heeft.’

 

Dit interview is gepubliceerd in Onderweg #19, auteur: Embert Messelink (NGK).

Eén gedachte over “Voorzitters over de contouren van een nieuwe kerk

  • 16 oktober 2018 om 20:52
    Permalink

    Mijn grote wens en waarvoor ik bid, een orthodoxe gereformeerde kerk, waar ruimte is voor verschillen. Een die volop verkondigt Jezus Christus en die gekruisigd. Wat meer is Hij leeft.
    Openbaring 1

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *